Juist de plekken waar bewoners dagelijks langslopen, krijgen tijdens zo’n onderzoek extra aandacht. Ventilatieopeningen boven kozijnen. Scheuren in de gevel. Ruimtes onder dakranden. Kleine openingen waarvan je je bijna niet kunt voorstellen dat er een dier doorheen past. “Vleermuizen zijn klein en kunnen heel kleine openingen gebruiken”, legt Mats Douma uit. Hij is net als Ivar ecoloog bij Staro. “Als je wilt weten wat er in een gebouw gebeurt, moet je dus heel anders naar zo’n gevel kijken dan iemand die er woont.”
Tijdens een van de eerste onderzoeksavonden zien de onderzoekers bij VvE Wilakker ongeveer tien uitvliegende vleermuizen. Voor hen is dat belangrijke informatie. Het laat zien welke delen van het gebouw vleermuizen gebruiken. En het helpt te bepalen hoe de verduurzaming moet worden voorbereid. Want een opening die tijdens het isoleren wordt dichtgemaakt, kan voor een mens een detail in de gevel zijn, maar voor een vleermuis een verblijfplaats.